actueel

Paramedici Midden-Holland willen volgende stap zetten in regionale organisatie

Als paramedici regionaal organiseren? Ja, dat vinden we belangrijk tot heel belangrijk! Maar wie gaat dat betalen? En hoe gaat dat er in de praktijk uitzien? Welk probleem lossen we daar eigenlijk precies mee op? Hoe verhoudt regionaal organiseren zich tot bestaande kennisnetwerken? Welke rol spelen landelijke beroepsverenigingen eigenlijk in deze ontwikkelingen? En hoe betrekken we al onze collega’s hierbij? Dat zijn vragen waar ongeveer 60 paramedici op 27 juni over spraken in een tweede bijeenkomst over de ontwikkeling van het Paramedisch Platform Midden-Holland.

Waarom eigenlijk regionaal organiseren?
In de zorg is een omslag gaande van ‘ziekte en zorg’ naar ‘gezondheid en gedrag’. Reos-adviseur en dagvoorzitter John Hoenen gaf hier een uitgebreide toelichting op. En juist paramedici kunnen hier veel in betekenen, omdat zij vanuit hun beroep al de focus hebben op het functioneren van mensen in plaats van (alleen) het medisch behandelen. Maar - constateren sprekers en aanwezigen - gemeenten, specialisten, huisartsen en verzekeraars weten veel te weinig over wat paramedici kunnen betekenen. Zoals een fysiotherapeut vanuit de zaal opmerkt: “Ik verdiep me al heel lang in dit onderwerp. Mijn ervaring is dat de gemeente fysiotherapie niet ziet als zorg. Terwijl je in het sociaal domein een maatschappelijke organisatie als Kwadraad heel hard ziet groeien. Nu is er geen kennis en interesse, daarom is het belangrijk dat wij als paramedici ons verenigen en moeten we groot worden. Dan kunnen we deze zorg ook implementeren in het sociaal domein.”

Tot nu toe zijn organisatie en financiering nog vooral gericht op ‘ziekte en zorg’. Toch begint dit langzaam te kantelen, blijkt uit de toelichting van Joost Dekker, hoogleraar paramedische zorg, op het rapport ‘De juiste zorg op de juiste plek’. Hij vertelt dat het ministerie van VWS daarmee vooral richting wil geven, maar uit het veld een verhaal verwacht over de concrete invulling daarvan: lokaal en regionaal. Want wat nodig is kan per regio sterk verschillen. De minister heeft onlangs ook 15 miljoen euro ter beschikking gesteld aan paramedici, een bedrag dat onder andere bedoeld is om paramedici te ondersteunen om zich te organiseren. 

Huisartsenorganisatie Mediis wil met paramedici om tafel
Hoe concreet de vraag in de regio Midden-Holland is aan de paramedici bleek tijdens de paneldiscussie, Samantha Moerli, fysiotherapeut en lid van de werkgroep PPMH i.o., gaf aan dat de MEDIIS (de regionale huisartsenorganisatie) vanaf 1 januari 2020 met een georganiseerd verband van paramedici om tafel wil. Dat is niet voor niets, want de doelstelling in de zorg is dat 4% van de ziekenhuispatiënten moet verschuiven naar de eerste lijn. Samantha vroeg aan de zaal: “Door wie moet dat worden opgelost?” En gaf ook meteen het antwoord: “Door ons! Dat kan alleen als we aan tafel zitten. Als we er - letterlijk - niet zijn, dan kunnen er geen afspraken met ons worden gemaakt en gaan er geen patiënten naar ons toe.”  Priscilla van Hoven, ook fysiotherapeut en lid van de werkgroep, vulde aan: “Mediis vraagt wat wij als paramedici kunnen toevoegen. Wij hebben expertise die de huisartsen niet hebben.”

Tijdens de kennisbijeenkomst werden inspirerende voorbeelden gepresenteerd van mono- en multidisciplinaire samenwerkingsverbanden.

Maar nog een netwerk erbij - is dat nodig?
De voorbeelden van succesvolle samenwerkingsverbanden werken aanstekelijk, maar moet er nu echt nog een netwerk bij komen? “We zijn al druk met allerlei kennisnetwerken en het draaiende houden van onze eigen praktijk. En levert de tijd die je er in gaat steken wel voldoende resultaat op?”, klonk het uit de zaal. Marijke Esseboom, oefentherapeut en lid van de werkgroep, licht toe dat het belangrijk is om een onderscheid te maken tussen organisatie en kennisnetwerk: “In een kennisnetwerk gaat het om het ontwikkelen en up-to-date houden van je vakkennis. Het platform is bedoeld als organisatie die als gesprekspartner de brede groep van paramedici kan vertegenwoordigen.”

En hoe gaat het platform er dan uitzien?
“Om ‘ja’ te kunnen zeggen tegen de verdere ontwikkeling van het platform, is het wel belangrijk te weten waar we dan precies ‘ja’ tegen zeggen: hoe gaat dat platform er dan uitzien?”, was aan het eind van de avond de vraag uit de zaal. De werkgroep legt uit dat er wel een idee op tafel ligt, maar dat ze nadrukkelijk niet te snel willen gaan en dit idee juist in overleg met de collega’s verder willen uitwerken:

Naar aanleiding van dit plaatje komt de vraag op tafel of het niet de eerste stap is om regionaal monodisciplinair te organiseren en vervolgens multidisciplinair in een platform. Want nog niet alle beroepsgroepen zijn regionaal georganiseerd - zoals de grote groep van fysiotherapeuten. In de zaal was enige discussie over tempo en volgorde: wacht je eerst tot je zeker weet dat de meerderheid van de beroepsgroep het idee steunt of ga je gewoon beginnen en inspireer je collega’s op die manier om aan te sluiten? 

De werkgroep gaat – samen met Reos - met deze vraagstukken verder. Aan het eind van de avond geven ze aan erg blij te zijn met de positieve sfeer van de avond. Ze doen ook een oproep aan de aanwezigen om collega’s te informeren en enthousiasmeren over deze ontwikkelingen. 

Meer informatie

Top